|
Hoe Gurdjieff de put aan de
bron sloeg
De man die bij het begin van die esoterische stroom
stond was George Ivanovitch Gurdjieff (1877-1949). Hij werd in 1877
in Alexandropol in Armenië geboren gedurende de Russisch-Turkse
oorlog. Zijn vader was Grieks and zijn moeder Armeens. Zijn vaders
naam was Giorgios Giorgiades, hetgeen eerst Gurdjian werd in Armeens
en daarna Gurdjieff (uitgesproken als Goer-dzjie-iv) in het Russisch.
Hij was een rijke schaapherder, maar nog belangrijker, hij was een
ashok, een bard, die toen nog het 3.000 jaar oude Gilgamesh epos
kon reciteren. Hij vestigde zich met zijn gezin in Kars aan het
einde van de oorlog. Nadat Turkije veroverd werd door de Russen,
waren er rampzalige gedwongen volksverhuizingen, waaronder 80.000
Turken die naar het Westen vluchtten voor de Russen. Om die Turken
te vervangen hadden de Russen groepen Grieken, Armeniërs, Yezidis
en Assyriërs uitgenodigd om zich in de streek te vestigen.
In deze smeltkroes van rassen, naties en culturen,
doordrongen van oude tradities en gewoontes, groeide de jonge Gurdjieff
op. Hij leerde Armeens van zijn moeder en Turks van de meeste volkeren
om hem heen. Later leerde hij Tibetaans, enkele Perzische dialecten,
Engels en Frans, zodat hij bekend was met een taalgebied dat zich
uitstrekte van de Zwarte Zee tot aan de Gobi-woestijn en tot in
de grootste delen van de westerse wereld. Toen Frank Lloyd Wright
in 1949 tijdens een bijeenkomst van de Cooper Union in New York
aankondigde dat "onlangs een man is gestorven - G.I.Gurdjieff -
wiens werk meer invloed zal hebben op de toekomst van de wereld
dan enig ander mens van dit millennium", moeten we ons ook bedenken
dat deze opmerkelijke figuur was opgegroeid in die vervallen stad
Kars, afgesneden van de hoofdstroom van de beschaving.
John Bennett beschrijft Kars zoals hij het aantrof
toen hij het bezocht in 1952. Hij schrijft dat de huizen in feite
onder de grond zijn gebouwd met de ingang in het dak! Dit was al
8.000 jaar lang de manier van wonen in Klein-Azië, vanwege de klimatologische
omstandigheden, want de temperatuur schommelt tussen 40 graden onder
nul in de winter en 40 graden boven nul in de zomer. In de kathedraal
van Kars ontving Gurdjieff zijn opvoeding als koorknaap en werd
door de deken Borsch uitgekozen om tot priester of dokter te worden
opgeleid, omdat hij zeer intelligent bleek te zijn. Toch werd hij
geen van beide, misschien wel door de invloed van zijn grootmoeder
die hem op haar sterfbed zei: "Jongen, handel in je leven nooit
zoals anderen. Of doe niets bijzonders, - ga gewoon naar school
- of doe iets dat niemand ooit gedaan heeft." Dit laatste heeft
hij duidelijk ter harte genomen. Van zijn vader ontving hij een
Spartaanse opvoeding, met hard werk, weinig slaap, wassen in de
vrieskou, en het leren omgaan met giftige slangen. Maar als spoedig
ging hij op pad om antwoorden te vinden op vragen die noch zijn
vader noch de deken konden beantwoorden.
Zo is er een verhaal dat hij als 11-jarige jongen met een paar
zigeuners vijf dagen verdween tot ontzetting en ergernis van zijn
vader, om alles van ze te leren wat hij maar kon. Tegen de tijd
dat hij 14 was had hij Constantinopel en vele plaatsen in Armenië
bezocht. Hij kwam in contact met vreemde verschijnselen, waarvoor
niemand hem een uitleg kon geven, namelijk helderziendheid, wonderbaarlijke
genezingen, regendansen, en mensen die gevangen waren in een cirkel.
In zijn boek Meetings with remarkable men schrijft hij: "Als
er verschijnselen zijn, waar we de realiteit niet van kunnen ontkennen,
maar die we niet in ons gewone denkpatroon kunnen passen, dan is
er iets verkeerd met dat denkpatroon en moeten we naar een ander
zoeken."
Met zijn vriend Pogossian en een kleine groep van
jonge wetenschappers, musici en linguïsten die zich 'Zoekers der
Waarheid' noemden begon hij allerlei kennis te onderzoeken, omdat
zij ervan overtuigd waren dat "er iets was wat de mensen vroeger
wisten, en wat nu was vergeten." Ze vinden een papyrusrol in een
pot met een spoor van de Sarmoun Broederschap als een esoterische
school uit 2400 voor Christus. Op de papyrusrol was een kaart getekend
van Egypte van vóór het ontstaan van de woestijn met het symbool
van het enneagram erop getekend. Zo gaan zij op pad om deze broederschap
te vinden.
Pas tien jaar later vindt hij een overblijfsel van
deze broederschap in Centraal Azië, Bokhara, waar hij geblinddoekt
naartoe wordt geleid en drie maanden verblijft. Hij sprak hier later
nooit direct over, of wat hij er leerde, maar het is vrijwel zeker
dat hij hier kennis nam van het heilige symbool van het enneagram
en van de 'movements', of sacrale dansen, die hij later doorgaf
aan zijn leerlingen, als een essentieel aspect van de esoterische
leer. 'Sarmoun' is een oud Perzisch woord dat 'verlicht' betekent.
De broederschap was actief in de gouden Babylonische tijd van Hammurabi
(1728-1686 v. Chr.) en deze wordt ook verbonden met Zoroaster (606
v. Chr.), de leraar van Pythagoras, toen deze twaalf jaar in Babylon
was.
Dan waren er zijn heroïsche tochten
Tussen 1896 en 1900 reist hij naar Tabriz, Turkestan,
Orenburg, Sverdlovsk, Siberië, Bokhara, Merv, Kafiristan, de Gobi-woestijn,
Chardzou, de Pamirs, en Noord-India. Ook gaat hij naar Tibet waar
hij meer dan een jaar verblijft om de taal, rituelen, dans, de geneeskunde
en psychologische technieken te bestuderen. Hij kwam vaak platzak
en ziek thuis bij zijn ouders aan. Zo vertelt hij dat hij leed aan
o.a. Bokharische malaria, Beluchistaanse dysenterie, Kurdistaanse
scheurbuik, Ashkhabadiaanse bedinka, en Tibetaanse hydropsie! Bovendien
toonde hij de lidtekens van drie opeenvolgende kogelwonden. Hij
was duidelijk in ongewone plaatsen geweest! Maar hoe hield hij zich
al deze tijd in leven? Hij was een ware ondernemer. Hij handelde
in antiek en tapijten; repareerde typemachines en naaimachines;
handelde in olievelden en gezouten haringen; genas drugsverslaafden
door hypnose; opende restaurants, verbeterde ze en verkocht ze;
ontwierp nieuwe modellen voor korsetten; en schilderde mussen om
ze te verkopen als 'Amerikaanse kanaries'.
In 1908 staat hij alleen in Tasjkent, na een leerschool
van 20 jaar, want de 'Zoekers der Waarheid' waren allen verdwenen
of inmiddels gestorven. Op zijn schouders rust de taak om alle kennis
die hij tot dan toe had vergaard door te geven aan de mensheid.
Hij begon te werken als beroepshypnotiseur en als geneesheer van
alcoholisme en drugsverslaving. Het was ergens een opening om mee
te beginnen want Tasjkent was vol van de effecten van opium, hasjiesj
en wodka. Er was ook een wijd verspreide belangstelling voor het
occulte, hetgeen hem toegang en een platform verschafte tot die
wereld. Tussen 1909 en 1912 organiseerde hij drie groepen van heel
verschillende samenstelling, maar dit voldeed niet en daarom besloot
hij om meer intensief met mensen te gaan werken. Hij koos Rusland
voor dat doel en zo vertrok hij naar Moskou, waar hij aankwam met
een fortuin van een miljoen roebel en twee kostbare collecties tapijten
en Chinees porselein. Hij begon lezingen te geven, kocht een landgoed,
en regelde zelfs het uitgeven van zijn eigen krant. Dit zou keer
op keer weer gebeuren: hij werd rijk en gebruikte het geld voor
het Werk of om zijn volgelingen te onderhouden. Hij trouwde één
van de Tsarina's hofdames, gravin Ostrowska, die hem haar leven
lang zou vergezellen als vrouw en toegewijde leerlinge.
Wie was deze mysterieuze Gurdjieff dan toch?
Veel mensen hebben deze vraag gesteld en degenen die
dicht bij hem waren schijnen even verwonderd te zijn geweest als
de anderen. Er zijn honderden boeken over hem verschenen en toch
blijf je je als lezer steeds afvragen wat voor een mens hij was.
Wat we wel zien is dat het duidelijk zijn taak was om te zoeken
naar antwoorden, en om wat hij vond te vergaren en te verenigen.
Het was urgent. Na 100 jaar zouden de effecten van twee wereldoorlogen
duidelijk te zien zijn. Het geloof, de gewoontes en rituelen van
miljoenen mensen zouden voor altijd weggevaagd worden door een vloed
van modernisme uit het westen! Het was alsof Gurdjieff de tekenen
des tijds met een vooruitziende blik kon lezen.
Bijzonder kenmerkend voor zijn zo unieke krachtige
persoonlijkheid was dat hij aan zichzelf drie eden had gezworen:
de eerste op 30-jarige leeftijd om niet verslaafd te raken aan zijn
buitengewone talent van hypnose; de tweede, op 45-jarige leeftijd
in 1911, om gedurende de volgende 21 jaar een zeer principieel leven
te leiden. Waar dit om ging was 'uiterlijk een rol te spelen, zonder
enige identificatie van binnen'; en de derde eed op 64-jarige leeftijd
in 1928, om de volgelingen die hem tien jaar trouw hadden gevolgd
en bijgestaan weg te sturen, omdat het hun ontwikkeling in de weg
zou staan als zij hem nog langer zouden dienen.
Wat voor indruk maakte hij op zijn volgelingen?
Toen Ouspensky Gurdjieff in 1915 voor het eerst ontmoette
gaf hij de volgende beschrijving van Gurdjieff: "Ik zag een man
met een oosters uiterlijk, niet langer jong, met een zwarte snor
en doordringende ogen, die me meteen trof, omdat hij vermomd scheen
te zijn en niet paste bij de plaats en de atmosfeer, en dit is verwarrend
want je kunt zien dat hij niet is zoals hij zich voordoet en toch
moet je spreken en je gedragen alsof je het niet ziet."
Zo zijn er een aantal beschrijvingen van mensen die
Gurdjieff voor het eerst ontmoetten en die de kracht van zijn ogen
opmerkten:
Margaret Anderson: "Ik had net genoeg tijd om zorgvuldig naar
een donkere man met een oosters uiterlijk te kijken, wiens leven
scheen te huizen in zijn ogen."
Henri Tracol, die de laatste levensjaren bij hem was zei: "Wie
is dhr. G.? Ik ken hem niet. Deze schijnbaar dwaze oude man -
de waarheid valt soms van zijn lippen als van een kind. Deze boer
van de Donau met het vernuft van een Chinese diplomaat. Wie is
hij, achter die maskers? En toch achter de rollen die hij speelt,
voelen we de kracht van zijn eenheid - maar dat is natuurlijk
onbeschrijfelijk."
Als we dan de man niet kunnen beschrijven, kunnen
we misschien wel iets zeggen over wat hij onderwees en welke methodes
hij gebruikte.
Een van de centrale thema's van zijn esoterische
leer is dat de mens in slaap is en totaal mechanisch leeft, tenzij
hem een andere weg wordt gewezen. Gurdjieff legde dit mechanische
proces uit door middel van de principes van de wet van drie en de
wet van zeven. De wet van drie bestaat uit de werking van drie gelijke
krachten: positief, negatief en neutraliserend, die het begin van
elke gebeurtenis, hoe klein ook, beheersen. De wet van zeven regeert
de opeenvolging van gebeurtenissen. Het wordt ook wel de wet van
schokken genoemd, of de wet van octaven. Tussen de acht noten do
- re - mi, etc. van het octaaf zijn er zeven stappen. Deze worden
door halve tonen ingevuld, behalve tussen mi en fa en si en do.
Hier bevinden zich de zogenoemde intervallen, en deze kunnen alleen
overbrugd worden door een impuls van buitenaf, die gegeven wordt
d.m.v. de wet van drie. De wet van octaven vond hij weerspiegeld
in het grote systeem van de Scheppingsstraal.
De wisselwerking van beide wetten wordt door een
universeel symbool uitgedrukt, het enneagram, dat Gurdjieff bij
de Sarmoun Broederschap had gevonden. Gurdjieff zei hierover: "Het
enneagram is een universeel symbool. Ieder afgerond geheel, iedere
kosmos, ieder organisme, iedere plant is een enneagram. Alle kennis
kan in het enneagram worden samengevat en kan met behulp ervan vertolkt
worden. Iemand die alleen is in de woestijn en het enneagram in
het zand tekent, kan er de eeuwige wetten van het heelal uit aflezen."
Vanwege de starheid en rigiditeit van de slapende
mens, moest Gurdjieff wel drastische middelen gebruiken om de intervallen
te overbruggen en een energieschok te geven. Hij had geen last van
heiligdoenerij. Zijn gedrag was altijd anders en misschien grillig,
maar nooit zomaar, altijd afhankelijk van de gelegenheid, de omstandigheid
en de persoon om wie het ging. Hij eiste van de enkele tientallen
mensen die hem volgden, bovenmatige fysieke en emotionele inspanningen
en faalde nooit in zijn talent om nog wat extra spanning op te roepen
door zelf moeilijkheden te scheppen.
Zo probeerde hij twee belangrijke experimenten met
een groep van veertig mensen in 1917 en 1918, de meest woelige jaren
van de revolutie. Het eerste experiment vond plaats in Essentuki
waar ook Thomas en Olga de Hartmann aanwezig waren. Thomas de Hartmann
(1886-1956) maakte deel uit van de Russische aristocratie en zijn
ster als componist was rijzende toen hij in 1916 Gurdjieff ontmoette.
Pavlova en Nijinski dansten zijn ballet in de tegenwoordigheid van
de Tsaar. Hij schreef wel honderd stukken, o.a opera's, symfonieën
en sonates, en zelfs muziek voor de theaterstukken van Kandinsky,
maar daar is hij niet bekend door geworden. Wel door zijn toegewijde
werk met Gurdjieff. Als legerofficier ontsnapte hij ternauwernood
aan het revolutionaire leger in St. Petersburg door zich op het
laatste moment naar Essentuki te begeven om Gurdjieff te volgen.
Een dag later zou hij zeker zijn omgekomen. Dit soort ontsnappingen
aan de dood, omdat Gurdjieff zijn volgelingen net op tijd wist te
verplaatsen gebeurden keer op keer gedurende die woelige tijden.
Gurdjieff stelde zijn groep nogal flink op de proef,
om hun mechanische gedragspatronen te doorbreken. Hij gaf ze ontspanningsoefeningen
om bewust te worden van het lichaam; hij liet ze naar hun eigen
houdingen kijken, aangezien die bepaalde gedachtepatronen aanduidden
en gaf ze hand- en voetgebaren waarmee ze een week lang moesten
communiceren, zonder woorden te gebruiken. Ook introduceerde hij
de bekende 'stopoefening'.
Plotseling kondigde hij aan dat ze naar Perzië zouden
gaan, en daar hij geen geld meer had, wilde hij een contract maken
met de autoriteiten om onderweg stenen te breken. Omdat dit werk
voor sommigen te zwaar was, zoals voor Olga de Hartmann, zei hij
dat hij haar en haar man niet mee kon nemen. Hij kon tenslotte een
dame van adel niet vragen om de voeten van de mannen te wassen!
Natuurlijk weer een uitdaging, en Olga smeekte om mee te mogen.
Wat waren ze verrast toen ze na vier dagen lopen, en uitgeput met
stukgelopen voeten, in een dorp aan kwamen waar Gurdjieff een villa
had gehuurd... Hij had willen zien of ze hem naar Perzië zouden
volgen!
De Hartmann schrijft: "Ik denk dat Gurdjieff de enige
man op aarde is die ooit een expeditie heeft geleid die van de buitenkant
gezien onnodig scheen te zijn en op niets is uitgelopen. Maar het
was vol betekenis en waarde voor diegenen die er aan meededen en
die begrepen waarom ze waren gekomen."
Maar toen de expeditie en daarmee het experiment voorbij
was (een paar maanden voor de oktoberrevolutie van 1917), ontbond
hij de hele groep, zeggende dat hij het werk stopte tot ieders en
vooral Ouspensky's consternatie, die vanaf dat moment dan ook zijn
vertrouwen in Gurdjieff begon te verliezen. Het werk ging echter
toch door. Het was weer een beproeving en een selectie voor degenen
die door wilden gaan.
In het volgende jaar, 1918, voerde hij een tweede
experiment uit, deze keer bij Tuapse aan de Zwarte Zee. Ze verbleven
daar gedurende twee maanden met veertig mensen, inclusief Ouspensky,
de De Hartmanns en dr. Stjernval. Dit werd de nieuwe fase van het
werk in 1918, met een strikt systeem en discipline van oefeningen,
movements, gymnastiek, gesprekken, lezingen en fysiek werk.
Een paar voorbeelden van de strikte discipline die
hij eiste waren:
- Om geld te verdienen vroeg hij zijn volgelingen om draden
van een partij zijde om rolletjes papier te winden zodat die verkocht
konden worden. Toen het papier op was, liet de Hartmann zich ontvallen
dat hij zeer zeldzaam papier bij zich had voor zijn muzikale composities.
De Hartmann moest zijn papier inleveren. Deze aristocraat, die
bij zijn kennismaking met Gurdjieff bij wijze van test was ontvangen
in een kroeg voor prostituees in de achterbuurten van Petersburg,
moest nu naar een naburige stad waar hij veel vooraanstaande vrienden
had om daar op straat zijde te verkopen.
- Bij een andere gelegenheid vroeg Gurdjieff alle dames van
het gezelschap om hun juwelen aan hem te overhandigen. Ze mochten
hun trouwring en horloge houden. Olga de Hartmann was zeer gehecht
aan haar familiejuwelen en huilde de hele nacht. Toen ze de volgende
dag dan toch maar met haar juwelenkistje bij de kamer van Gurdjieff
aanklopte, zat hij daar aan tafel in zijn karakteristieke houding,
met het hoofd steunend in een hand. "Leg ze daar maar neer", zei
hij, achteloos naar een tafeltje wijzend. Olga deed zoals gezegd
en verliet de kamer. Even later riep hij haar terug, ze mocht
haar juwelen terugnemen..., maar dit gold niet voor alle dames.
- Om aan de Bolsjewieken te ontsnappen organiseerde hij een
zogenaamde wetenschappelijke tocht naar de berg Induk in de Kaukasus,
om naar goud en prehistorische steenformaties te zoeken. De Sovjetautoriteiten
stonden positief tegenover de ondersteuning van om het even welk
wetenschappelijk onderzoek en hielpen hem om zich volledig uit
te rusten. Ze stelden zelfs twee treinwagons beschikbaar.
De Hartmann, die dit in detail beschrijft, zegt dat
op de avond voor vertrek, met vijf vrouwen, zeven mannen en twee
kinderen, Gurdjieff tegen hen zei dat, omdat hij niet precies wist
waar ze heengingen, dit de eerste keer was dat hij onvoorwaardelijke
gehoorzaamheid eiste aan zijn bevel. Iedereen moest serieus nadenken
voordat hij aan de tocht begon. Niemand was meer man, vrouw, broeder
of zuster ten opzichte van elkaar. Eén fout door één persoon begaan
zou de hele groep in gevaar kunnen brengen. Als dit het geval was
zou hij zich genoodzaakt voelen om iemands leven te offeren. En
hij nam een grote revolver uit zijn zak en legde dat op de tafel...
Daarna toonde hij hen hoe ze 's nachts hun weg moesten vinden met
behulp van de sterren, en hoe ze in de bergen 'bewust' moesten lopen
in het donker zonder in een ravijn te vallen. Dit alles wordt beschreven
in Olga en Thomas de Hartmanns boek Our life with Mr. Gurdjieff.
Deze tweede expeditie eindigde vol van avonturen en
hachelijke situaties in Sochi aan de Zwarte Zee, dat nu in de handen
van de Georgiërs was. Toen kondigde hij voor de tweede keer aan
dat de expeditie voorbij was, en dat hij hen adviseerde voor zichzelf
te zorgen, omdat hij geen geld meer had. Toen bleven er vijf mensen
over, de Stjernvalls, de De Hartmanns en Zhukov. Olga en Thomas
begonnen hun brood te verdienen door het geven van concerten en
muzieklessen. Van Sochi gingen ze naar Tiflis, waar ze Alexandre
en Jeanne de Salzmann ontmoetten, hij een ontwerper en schilder,
zij een leerlinge van Jacques Dalcroze. Zij zou één van Gurdjieffs
meest vooraanstaande volgelingen en danseressen worden en het werk
na zijn dood voort zetten. Van Tiflis, waar de muzikale activiteiten
en de 'movements' groeiden en bekendheid kregen, vertrokken ze naar
Constantinopel, van daar naar Berlijn en uiteindelijk naar Parijs.
Muziek speelt een zeer grote rol
Hij was zelf als koorknaap opgegroeid met muziek en
had experimenten gedaan met trillingen, en de esoterische betekenis
van het octaaf doorgrondt. Bovendien had hij uitgevonden hoe klanken
genezend werken. Deze achtergronden geven aan zijn muziek een hele
speciale plaats, maar de muziek waar wij nu nog van genieten is
op een zeer bijzondere wijze gecomponeerd.
De melodieën die hij in het Oosten in de oude kloosters heeft horen
spelen heeft hij op wonderbaarlijke wijze kunnen onthouden en omdat
hij zelf geen noten kon schrijven neuriede hij de melodieën of speelde
ze op een handorgeltje of een gitaar aan Thomas de Hartmann voor,
die ze dan noteerde. Deze samenwerking is zo uniek, dat er tussen
hen wel een uitzonderlijke eenheid moet zijn geweest. Er is in de
geschiedenis van de muziek nog nooit op deze wijze door twee mensen
gecomponeerd.
Hier volgt een beschrijving van de Hartmann over
dit proces, dat plaatsvond in de tegenwoordigheid van een hele groep.
"Gurdjieff herhaalde meestal bepaalde secties, maar ook - waarschijnlijk
om me te pesten - begon hij de melodie te herhalen voordat ik klaar
was met schrijven, en vaak met subtiele verschillen, die me tot
wanhoop dreven. Dit was niet alleen een methode om de muziek voor
het nageslacht te bewaren, maar ook een persoonlijke oefening voor
mij om de essentie van de muziek te bevatten. Wanneer de muziek
was opgeschreven, sloeg hij het ritme op de pianoklep, waarop ik
de begeleiding moest schrijven. Daarna moest ik meteen uitvoeren
wat me gegeven was, terwijl ik de harmonie er maar bij moest improviseren.
Gurdjieff zei eens: "Je moet het zo schrijven dat elke idioot het
kan spelen." Maar God zij dank heb ik deze woorden niet letterlijk
opgevat."
Solange Claustres, één van de weinige nog levende
directe leerlingen van Gurdjieff beschreef zijn muziek als volgt:
"Deze muziek heeft niets te maken met wat wij gewoonlijk 'muziek'
plegen te noemen. De muziek van Gurdjieff is een hele klankwereld
van een ons onbekend universum dat wel buiten de tijd geplaatst
lijkt te zijn. Ik heb hem wel horen spelen op zijn orgeltje alsof
hij ons iets wilde vertellen: een sprookje, een gedicht, een gebed.
Dit alles deed hij met een zoete zachtheid die geen enkele taal
zo direct zou kunnen overbrengen."
Er zijn 250 muziekstukken voor piano bewaard gebleven.
De meeste orkestpartituren, die er zijn geweest, hebben het waarschijnlijk
niet overleefd. Het verhaal gaat dat toen de Prieuré (het landgoed
bij Parijs, waar zijn Instituut was gevestigd) werd opgeheven een
onbekend gebleven leerlinge van Gurdjieff in de chaos van de openbare
verkoping een koffer vol manuscripten van De Hartmann vond en die
uit de handen van de veilingmeester wist te houden!
De 'movements'
Deze heeft hij 'ontdekt' op zijn Oosterse tochten,
waar ze als spirituele oefeningen werden gebruikt, maar ook heeft
hij ze als het ware herschapen om te gebruiken voor het werk met
zijn volgelingen. Zij vereisen een combinatie van totale aandacht,
zelfobservatie en fysieke precisie. Ze zijn zodanig ontworpen dat
de drie centra, hoofd, hart en lichaam, worden aangesproken en zodoende
kunnen ze ons op een heel nieuwe manier waarheden tonen over onszelf,
over onze gedachten, gevoelens en handelingen.
Er zijn twee periodes te onderscheiden waarin deze
movements tot stand gebracht werden. De eerste periode was tussen
1918 en 1924. In 1924 kreeg hij een zeer zwaar auto-ongeluk waarna
hij geen movements meer gaf tot aan de tweede periode. Die tweede
periode was de laatste tien jaar voor zijn dood van 1940-1949, waarin
hij alleen maar movements gaf en geen andere vorm van onderricht.
Er zijn nu nog zo'n 120 movements bekend, wat een
derde is van wat er ooit heeft bestaan, en zij worden nog steeds
beoefend door verschillende groepen, verspreid over de wereld. Gurdjieff
liet deze movements zeker niet alleen in de veilige geborgenheid
van zijn groepen uitvoeren, maar is er op grote podia mee naar buiten
getreden. Zo gaf hij voorstellingen in het Theatre de Champs Elysées
in Parijs, en in de Carnagy Hall in New York. Een journalist in
New York, die niet goed raad wist met wat hij zag, merkte op: "Mijnheer
Gurdjieff, deze dansers zien eruit als automaten!" "Ja", was het
antwoord, "maar van binnen zijn ze vrij."
Fontainebleau
Tussen 1922 en 1932 woonde hij met zijn familie en
vele volgelingen, vooral Britten en Amerikanen in de Prieuré, bij
Fontainebleau, onder de naam The institute for the harmonious
development of man. Zij werkten daar op het land, zorgden voor
de koeien, schapen en varkens, en bouwden een 'Study House' voor
de movements. In de Engelse Daily News van 1923 werden zij de "forest
philosophers" genoemd. In 1924 werd dit Instituut opgeheven vanwege
zijn auto-ongeluk. Hij verhuist in 1932 naar Parijs, waar hij blijft
tot aan zijn dood in 1949.
Parijs
In Parijs vonden zijn legendarische lunches plaats
met de 'toasts of de idiots', waar soms wel veertig mensen op de
vloer bijeen gepakt zaten, pogingen ondernemend de niet aflatende
toevoer van Armagnac te verwerken en te luisteren naar lange voorlezingen
uit Beëlzebub's Tales to his Grandson. Hij werd toen pas
door de Fransen bezocht en speciaal door mensen uit de élitewereld
van schrijvers en kunstenaars, zoals Luc Dietrich, René Daumal,
Henri Tracol, René Zuber, alsook Frank Lloyd Wright.
Hij stierf omringd door zijn getrouwe volgelingen
na de laatste aanwijzingen voor het vervolg te hebben gegeven: "Het
is essentieel een nucleus van mensen voor te bereiden die in staat
zijn om aan de eisen te voldoen..., anders zal de uitwerking van
de ideeën niet verder dan een zeker punt gaan. Dat zal veel tijd
kosten..." De priester van de Russische Kerk zei dat hij nog nooit
zo'n diep verdriet had gezien bij een begrafenis. Zelfs de begrafenisondernemer
die Gurdjieff nog nooit had ontmoet, barstte in tranen uit bij zijn
graf.
Hoewel Gurdjieffs leer, inclusief de movements en
zijn muziek een diepe emotionele waarde hadden, moest zijn krachtige
impuls klaarblijkelijk ook geformuleerd worden, want alhoewel hij
zich op latere leeftijd alleen nog bezig hield met het schrijven
van drie boeken, waren zijn literaire uitingen vrij onbegrijpelijk
voor het gewone publiek. Die taak had een onzichtbare hand van boven
klaarblijkelijk aan iemand anders toebedeeld, en dat was Piotr Demianovitch
Ouspensky.
|