|
Uit Hoofdstuk XVII
"Het werk aan het bewegingscentrum kan dan ook alleen in een school
op juiste wijze worden georganiseerd. Zoals ik al zei, heeft de
verkeerde, op zichzelf staande of automatische werking van het bewegingscentrum
ten gevolge dat de andere centra niet ondersteund worden en zij
volgen onwillekeurig het bewegingscentrum. Daarom is meestal de
enige mogelijkheid om de andere centra op een nieuwe wijze te doen
werken, te beginnen met het bewegingscentrum, dus met het lichaam.
Een lui, automatisch lichaam vol stompzinnige gewoonten maakt alle
soort werk onmogelijk."
"De gewone mens, zelfs wanneer hij tot de slotsom komt dat werk
aan zichzelf onmisbaar is, is de slaaf van zijn lichaam. En hij
is niet alleen de slaaf van de bekende en zichtbare werkzaamheid
van zijn lichaam maar ook van de onbekende, onzichtbare werkzaamheden
en het zijn vooral deze laatste die hem in hun macht hebben. Daarom
moet de mens wanneer hij besluit voor zijn vrijheid te vechten,
allereerst de strijd aanbinden met zijn eigen lichaam."
Vervolgens wijst G. op zogenoemde 'energielekken' in de verschillende
centra en dat het geen zin heeft de energieproductie op te voeren
voordat deze lekken gedicht zijn.
"Daarom moet iemand voordat hij met enig fysiek werk aan zichzelf
begint, eerst leren de spanningen in zijn spieren waar te nemen
en te voelen en leren zijn spieren te ontspannen wanneer dit nodig
is, dat wil zeggen vooral de onnodige spierspanningen op te heffen."
G. liet ons daarop een aantal oefeningen zien voor het leren beheersen
van de spanningen n de spieren alsook bepaalde lichaamshoudingen
die in scholen bij gebed en meditatie worden aangenomen en die iemand
alleen kan aannemen als hij geleerd heeft alle onnodige spanning
uit de spieren weg te nemen. Daaronder was de zogenaamde Boeddhahouding
waarbij de voeten op de knieën rusten en een andere nog moeilijker
houding, die hij ons op volmaakte wijze voordeed maar die wij alleen
maar zeer onbeholpen konden nadoen. Om deze laatste houding aan
te nemen, knielde G. op de grond en ging dan op zijn hielen (zonder
schoenen) zitten waarbij hij zijn voeten tegen elkaar aangedrukt
hield. Het was al heel moeilijk voor ons langer dan een of twee
minuten zo op onze hielen te zitten. Daarna hief hij zijn armen
tot schouderhoogte op en boog zich langzaam achterover tot hij op
de grond lag met zijn in de knieën gebogen benen onder zich. Na
enige tijd in deze houding te hebben gelegen, richtte hij zich met
gestrekte armen even langzaam weer op, ging weer achterover liggen,
enzovoort.
Hij leerde ons veel oefeningen voor het geleidelijk ontspannen
van de spieren, altijd beginnende met de spieren van het gezicht,
alsook oefeningen voor het naar willekeur 'voelen' van de handen,
de voeten, de vingers, enzovoort. Het denkbeeld van de noodzakelijkheid
de spieren te ontspannen, was weliswaar niet nieuw maar G.'s uitlegging
dat deze ontspanning moest beginnen met de gezichtsspieren, was
wel nieuw voor mij; ik was dit nog nooit tegengekomen in de boeken
over 'yoga' of in de fysiologische literatuur.
Zeer interessant was de oefening met de 'rondgaande gevoelswaarneming',
zoals G. haar noemde. Hierbij ligt iemand op zijn rug op de grond.
Na al zijn spieren zoveel mogelijk te hebben ontspannen, concentreert
hij zijn aandacht en probeert zijn neus te 'voelen'. Zodra hij hierin
slaagt, brengt hij zijn aandacht over naar zijn oor; wanneer hij
dit 'voelt', richt hij zijn aandacht op zijn rechtervoet, daarna
op de linkervoet - de linkerhand - het linkeroor - en weer op de
neus, enzovoort.
Uit Hoofdstuk XIV
Veel later, in 1922, toen G. zijn Instituut in Frankrijk organiseerde
en zijn leerlingen dansen en derwisjoefeningen instudeerden, toonde
hij hun oefeningen in verband met de 'beweging van het enneagram'.
Op de vloer van de zaal waar de oefeningen plaatsvonden, was een
groot enneagram getekend en de deelnemers aan de oefening stonden
op de plaatsen die met de getallen 1 tot en met 9 waren aangegeven.
Vervolgens begonnen zij zich op hoogst boeiende wijze in de richting
van de getallen der periode te bewegen waarbij zij om elkaar heendraaiden
op de ontmoetingspunten, dat wil zeggen op de punten waar de lijnen
elkaar in het enneagram snijden.
G. zei bij deze gelegenheid dat bewegingsoefeningen volgens het
enneagram een belangrijke plaats zouden innemen in zijn ballet 'De
Strijd der Magiërs' en hij zei ook dat het vrijwel onmogelijk was
het enneagram te begrijpen zonder aan deze oefeningen deel te nemen,
zonder er de een of andere plaats in te vervullen.
"Het is mogelijk het enneagram door beweging te ervaren," zei hij.
"Het ritme zelf van de bewegingen zal de nodige ideeën oproepen
en de vereiste spanning in stand houden; zonder deze is het onmogelijk
te voelen wat het belangrijkste is."
|