|
Hoe Ouspensky de stroom kanaliseerde
Pyotr Demianovitch Ouspensky werd op 5 maart 1878
in Moskou geboren. Hij kwam uit een artistiek gezin, zijn grootvader
was kerkschilder, zijn grootmoeder was literair zeer begaafd, en
zijn vader en moeder waren beiden geïnteresseerd in muziek, de schilderkunst
en wiskunde.
In een autobiografisch fragment vertelt hij hoe hij
zich vanaf zijn tweede levensjaar gebeurtenissen kon herinneren
en hoe hij op zesjarige leeftijd de schrijvers Lermontoff en Turgenieff
al gelezen had. Toen hij dertien was raakte hij geïnteresseerd in
dromen en psychologie en daarna in de hogere natuurkunde en wiskunde.
Dit bracht hem tot zijn fascinatie voor de vierde dimensie.
Hij werd journalist want hij vond dat de wetenschap
zoals die bestudeerd werd aan de universiteiten een dode zaak was.
Hij ondernam veel reizen, o.a. naar Europa, Egypte, Ceylon en India.
Hij kwam in contact met Madame Blavatsky en de Theosofen die voor
hem een deur openden tot de esoterie, en begon zelf te experimenteren
met verdovende middelen om te begrijpen wat er voorbij de gewone
bewustzijnstoestanden lag.
In 1912 publiceerde hij Tertium Organum in
het Russisch (tien jaar later in het Engels) en in 1914 A New
Model of the Universe. Ook had hij het script voor een film
geschreven, in die tijd het nieuwste medium op de markt, The
Strange Life of Ivan Osokin, dat in 1947 als roman werd uitgegeven.
Deze drie boeken liet hij ook in het Engels publiceren.
Zijn andere boeken: The Fourth Dimension,
Superman, the Symbol of the Tarot, Talks with a
Devil wilde hij eigenlijk alleen in Rusland uitgeven, en In
Search of the Miraculous en The Psychology of Man's Possible
Evolution wilde hij helemaal niet uitgeven, maar die zijn na
zijn dood toch door zijn vrouw, en met toestemming van Gurdjieff,
gepubliceerd.
Ouspensky de kunstenaar en romanticus
De meeste mensen die Ouspensky's boeken gelezen hebben,
zullen hem waarschijnlijk zien als een intellectueel, een wiskundige
en denker; speciaal in tegenstelling tot the dynamische, emotionele
figuur van Gurdjieff. Er is echter ook een andere kant. Wat niet
altijd gezien wordt is de gevoelige kant van deze man die eigenlijk
eerder een kunstenaar en een romanticus was.
Hij kwam uit een gezin van schilders en literair begaafden.
Hij was natuurlijk in de eerste plaats schrijver, maar hij schilderde
ook en alhoewel het verhaal van Ivan Osokin geen autobiografie is,
zijn er veel eigenschappen van hemzelf in terug te vinden. Zo heeft
Ivan, die zelf een dichter is, het er met zijn geliefde Zinaide
over dat hij van éénregelige verzen houdt, zodat de lezer dat wat
verborgen is zelf moet gaan ontdekken. Ook Gurdjieff had Ouspensky
zelf ooit Perzische verzen gegeven om te vertalen en er éénregelige
gedichten van te maken.
Ouspensky had een romantisch beeld van de vrouw.
Zijn hele leven hield hij haar in een zekere hoogachting en beschouwde
haar als behorend tot een hogere 'kaste'. Daarbij liet hij Ivan
tegen Zinaide zeggen dat hij vond dat de vrouw niet veeleisend genoeg
was ten opzichte van de keuze van een man, en dat daarom zoveel
huwelijken misliepen. Er zijn de gevoelige beschrijvingen van zijn
ervaringen, die voorbij gaan aan de gewone fysieke wereld: hij zag
in de uitdrukking van het hoofd van een gewoon karrenpaard alles
dat te maken had met 'paard', het archetype 'paard' en hij begreep
daaruit dat er dus ook zoiets is als het archetype 'mens'. Bij de
Taj Mahal ontdekte hij dat de ziel niet binnen in het lichaam huist,
maar dat het lichaam omgeven is door de ziel. Er zijn vele van zulke
beschrijvingen en die duiden op een subtiele, uiterst gevoelige
aard, en niet zozeer de koude intellectueel, waarvoor hij nog wel
eens gehouden wordt.
Toch was hij ook niet wereldvreemd, maar wel degelijk
een bon-vivant. Zo schrijft hij aan een vriend over zijn tijd in
Moskou: "Iedere politieman in Moskou kende me in die dagen bij mijn
voornaam, want, als ik dronken was, probeerde ik, in tegenstelling
tot meeste andere mensen, altijd gevechten tot bedaren te brengen
in plaats van ze te beginnen. En als er een gevecht was, belden
de deurwachters van de restaurants mij altijd op om ze te komen
stoppen. Op een nacht kwam ik thuis zonder de linkermouw van mijn
jas. Ik heb er serieus over nagedacht hoe dat nu gebeurd was, maar
heb het antwoord nooit gevonden." Gurdjieff zei eens over Ouspensky:
"Hele aardige vent om wodka mee te drinken, maar zwak."
Die zwakte was in feite zijn kracht. Ouspensky was
veel meer een oorspronkelijk denker dan de meeste volgelingen van
Gurdjieff, maar hij had altijd wel materiaal nodig om mee te werken,
of het nu het concept 'recurrence' was, dat hij van Nietzsche had,
of de 'Superman', van de Theosofen, of de 'Vierde Dimensie'. Hij
ging daarmee als een kunstenaar te werk, en gaf ze een inspiratie
die ze tot nog toe niet gehad hadden. Zijn meest briljante vondsten
gaf hij in zijn boeken weer door ze 'schuin' te drukken, en dat
waren pure, geïnspireerde momenten.
Zoeker naar de waarheid
Hij werd lid van de Theosofische vereniging in St.
Petersburg, die een zeer grote invloed begon te krijgen in Europa,
en waar de eerste esoterische ideeën vandaan zijn gekomen en naar
het Westen werden gebracht. Wanneer hij in 1914 vanwege het uitbreken
van de oorlog terug moet keren van zijn reizen, geeft hij in Moskou
aan een publiek van ca. 1.000 mensen vele lezingen over zijn reizen.
Hij noemt zijn lezingen 'In Search of the Miraculous'. Naar aanleiding
hiervan zei hij: "Het moet nu mogelijk zijn om een groter aantal
mensen samen te brengen die niet langer hun leven in leugens willen
doorbrengen."
Hij was dus al flink op weg in zijn onderzoek naar
de waarheid toen hij in 1915 Gurdjieff ontmoette. Het was een ontmoeting
tussen twee uitersten. Ouspensky, vooraanstaand schrijver, journalist,
kunstenaar en filosoof, die als een kosmopoliet de waarheid zocht,
en aan de andere kant de watervlugge, raadselachtige en aanlokkelijke
figuur van Gurdjieff. Deze gaf onomwonden te kennen dat hij de esoterische
kennis bezat die van een 'hogere sfeer' afkomstig was en zei tegen
Ouspensky: "Je moet niets geloven, noch aannemen en niets doen wat
je niet begrijpt." Ouspensky aanvaardde deze voorwaarden en hij
zei over deze ontmoeting: "Al heel spoedig begreep ik dat ik een
geheel nieuwe wijze van denken had gevonden die alles wat ik tot
nu toe had gevonden overtrof. Dit nieuwe systeem wierp een geheel
nieuw licht op de psychologie en gaf een verklaring van wat voor
mij tot nu toe onbegrijpelijk was in esoterische stromingen."
Na drie jaar intensieve samenwerking, echter, voelde
Ouspensky dat Gurdjieff van deze principes afweek en kon hij hem
niet meer volgen. Gurdjieff vroeg een totale overgave van de leerling,
die voor Ouspensky niet redelijk was. Maar Gurdjieff zag dit anders.
Volgens hem had Ouspensky niet in de gaten dat hij hem een bewuste
schok had willen geven om iets in zichzelf te overwinnen, en dat
dit in termen van het octaaf geen hoofdnoot in het octaaf was, maar
een noot in het zijoctaaf. Volgens Gurdjieff wilde Ouspensky 'aristocraat'
blijven en zich niet vernederen. Dat betekende dat hij zich aan
andere wetten bloot zou moeten stellen, waardoor ontwikkeling zou
worden opgehouden (Secret Talks with Gurdjieff). Zoals we
zullen zien, heeft Ouspensky die nederigheid aan het eind van zijn
leven wel opgebracht, zij het met veel pijn en fysiek lijden.
Na de onvermijdelijke breuk met Gurdjieff in 1918,
bracht hij een bijzonder moeilijke winter door, die hij nauwelijks
overleefde, temidden van de chaos van de revolutie. Pas in 1920
ontsnapte hij daaraan toen hij vertrok naar Constantinopel en daarna
naar Engeland, waar hij door Orage, redacteur van de New Age, ontvangen
werd in de hogere Londense kringen. Intussen gaf hij wel financiële
steun aan Gurdjieff om zich te vestigen in Fontainebleau, en 'The
Institute of the Harmonious Development of Man' op te richten, maar
brak uiteindelijk definitief met hem in 1924. Daarna nam hij een
rustperiode van tien jaar voordat hij met eigen groepen begon te
werken.
Engeland en Amerika, 1935-1947
In 1935 werd Lyne Place gekocht, waar werkgroepen
kwamen om voornamelijk onder Madame Ouspensky's scherp toeziend
oog te werken. Zij zag er ook op toe dat de movements doorgegeven
werden. In 1938 werd Colet House aangeschaft, nu nog steeds het
centrum van de Study Society in Londen.
Tussen 1934 en 1940 hield Ouspensky wekelijkse bijeenkomsten
met vragen en antwoorden voor mensen die op uitnodiging en na scherpe
selectie gekozen waren. Daar is het boek The Psychology of Man's
Possible Evolution uit voortgekomen.
Ouspensky bracht de oorlog door in Amerika, waar
hij met zijn vrouw het werk voortzette. Toen hij in 1945 terug kwam,
waren zijn leerlingen geschokt een zieke, oude man te zien die niet
meer dezelfde vertrouwde dingen zei. Sterker nog, hij sprak op een
manier die er niet om loog dat hij het systeem dat hij zo zorgvuldig
had onderwezen, vaarwel had gezegd, en spoorde iedereen aan om alles
wat zij tot nu toe geleerd hadden te reconstrueren. Sommigen dachten
dat hij zijn verstand had verloren, maar anderen begrepen dat hij
hen voorbereidde op zijn dood, en hen een laatste schok toebracht,
om zelf het werk op te pakken en voort te zetten. Hier volgt een
deel van conversatie gedurende één van de bijeenkomsten na zijn
terugkeer uit Amerika:
Vraag: Wij hebben de afgelopen jaren geprobeerd uw
leer in praktijk te brengen.
Antwoord: Ik gaf geen leer.
Vraag: U hebt ons toch van alles verteld om ons te
helpen?
Antwoord: Dat hebben jullie verkeerd begrepen.
Vraag: Waar kunnen we het werk nu beginnen?
Antwoord: We zullen zien wat jullie willen weten en waar jullie
willen beginnen en dan zullen we de eerste stap bekijken.
Vraag: Wat moeten we beginnen als u er niet meer
bent?
Antwoord: Ontmantel het systeem.
Vraag: De zaak helemaal opheffen?
Antwoord: Nee, niet opheffen, ontmantelen. Houdt de vorm in stand,
maar laten tien mensen van binnenuit de organisatie geheel opnieuw
beginnen.
Het was in het holst van de nacht. Hij stapte met
moeite uit de auto, schuifelde naar een muur, sloeg zijn vuist er
tegen en riep de mensen achter de autoruiten toe: "Ga hier doorheen!
Hier doorheen!"
De laatste maanden van zijn leven zijn beschreven
door één van zijn naaste volgelingen, Rodney Collin Smith in een
ontroerende beschrijving: "Terwijl hij nauwelijks de ene voet voor
de andere kon zetten, dwong hij zijn stervende lichaam toch stap
voor stap over de ruwe paden te lopen; dwong het in de vroege uren
op te staan, zich te kleden, en de lange trappen af te dalen; en
het uithoudingsvermogen van zijn volgelingen zo te testen dat ze
het in hun volle kracht en gezondheid nauwelijks aan konden."
En ook: "In het begin was het langdurig zitten een
enorme opgave, je pijnigde je hersenen wat je zou zeggen, hoe je
een gesprek zou beginnen of je dacht aan allerlei denkbeeldige plichtplegingen.
Veel mensen konden het niet aan, Maar na een zekere periode, werd
het bijzonder. Je begon te voelen - alles is mogelijk in dit moment,
laat het verleden en de toekomst voor wat ze zijn. Het moment van
nu duurde steeds langer en er ontstond een andere verbinding met
de tijd en de omgeving. Je kreeg voorgespiegeld hoe het is om meer
vrij te zijn. Ik begin nu te begrijpen dat alles wat werkelijk belangrijk
is, altijd voortkomt uit stilte en wachten..."
Het werd duidelijk dat deze verbazingwekkende inspanning
een poging was om een 'bewuste schok' op te roepen. En voorts dat
Ouspensky kon zien hoe de energiestroom die door de school heenging
verminderde en dat die school een krachtige impuls nodig had om
haar weer in de juiste richting op gang te brengen. Op een ander
niveau is het mogelijk te vermoeden dat hij zich bewust was van
de absolute noodzaak om alles op te geven waarvoor hij zich had
ingezet.
Hoe het ook zij, reeds in 1935 zei hij tegen dr. Roles:
"Er mist iets in het systeem. Of Gurdjieff wist het niet, of hij
is het vergeten. Als een mens zichzelf moet zien te herinneren,
moet er een eenvoudige methode zijn. Maar het is verdwenen. Ik kon
het nooit vinden. Een keer in India, hoorde ik de echo van zo'n
methode. Misschien moet jij het vinden." En voor zijn dood gaf hij
dr. Roles de laatste opdracht: "om iemand met de hoogste intelligentie
te vinden, iemand uit de binnenste cirkel van de mensheid." Het
zou veertien jaar duren voor dr. Roles zo iemand vond.
Op 1 oktober 1947 stond hij volledig aangekleed op
de gang in Lyne Place. Hij riep iedereen bijeen, keek hen scherp
en vol liefde aan. Het was duidelijk dat zijn einde nabij was. Hij
stierf de volgende dag, en een kist werd op een oude kar gebracht
om hem naar de dorpskerk te brengen en met een eenvoudige dienst
namen de paar volgelingen afscheid. Hij stierf zoals hij altijd
gewenst had te leven: onzichtbaar.
Na Ouspensky's dood
Na Ouspensky's dood vroegen sommige leerlingen aan
Madame Ouspensky wat ze nu moesten doen, en zij ried hen aan om
zich bij Gurdjieff te voegen. Sommigen deden dat en anderen schaarden
zich rond dr. Roles en richtten de Study Society op. dr. Roles was
een neuroloog en had de geenszins benijdenswaardige taak om Ouspensky's
instructie te volgen en een man van de binnenste cirkel te vinden.
Joyce Collin-Smith heeft in haar boek Call no
Man Master de volgende historische periode nauwkeurig beschreven.
Zo gebeurde het dat de Maharishi Mahesh Yogi in 1960 naar Londen
kwam om zijn meditatiemethode in het Westen te introduceren. Dr.
Roles en zijn volgelingen van de Study Society werden het eerst
geïnitieerd. Dr. Roles: "Zoals gewoonlijk ging ik er heen met de
scepsis overgehouden aan voorafgaande teleurstellingen. Je kunt
mijn verbazing begrijpen toen ik de juiste methode herkende waarvan
Ouspensky me de echo had gegeven! Er was geen twijfel aan."
De Maharishi, die nog geen organisatie achter zich
had staan, vond gauw genoeg uit dat er nog een instelling was die
op hetzelfde vlak werkte als de Study Society en die hij graag wilde
overnemen. Dat was de School of Economic Science, gesticht door
Leon MacLaren, die hij toen ook initieerde. Maar noch dr. Roles
noch L. MacLaren waren in overname door de Maharishi geïnteresseerd,
en dus scheidden daar hun wegen.
|